Sensatieverhaal of een echt probleem?

Op een zondag stuurt een cliënt mij een berichtje uit De Telegraaf. Daarin wordt de Spaanse belastingdienst door een Amerikaanse advocaat als ‘maffia’ omschreven. Deze zou ‘genadeloos en corrupt’ buiten de wet opereren, aldus het artikel.

Het rapport waar het artikel naar verwijst is mij bekend. Daarnaast ken ik Spaanse belastinginspecteurs, belastingrechters en de dagelijkse praktijk van belastingprocedures. Ongeveer de helft van de zaken in onze praktijk heeft een fiscaal karakter. Dat betekent dat wij niet alleen de theorie kennen, maar ook de praktijk van binnenuit zien.

De realiteit uit onze praktijk

In de commentaren onder het artikel lees ik met name ongenuanceerde reacties. Daarin klinkt vooral veel afgunst door richting de ‘gelukzoekers’ in Spanje. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten, denk ik. Bijna iedereen die ons raadpleegt over fiscaliteit in Spanje wil gewoon de regels volgen. Die komen niet naar Spanje om minder te betalen of belasting te omzeilen.

Het probleem dat in het artikel wordt beschreven bestaat wel degelijk. En het raakt niet alleen buitenlanders die in Spanje wonen, maar in feite iedere inwoner van Spanje — met name ondernemers.

Een systeem dat verkeerde prikkels geeft

In Spanje bestaat een bekend gezegde: “Quien hace la ley, pone la trampa.” Wie de wet maakt, zet ook de val.

Wie de pech heeft de verkeerde belastingambtenaar in zijn dossier te treffen, zal al snel merken dat een beroep op wet- en regelgeving of gewoon gezond verstand weinig indruk maakt op die ambtenaar. Die heeft maar één doel. Binnen de Spaanse belastingdienst — die simpelweg “Hacienda” wordt genoemd — bestaat namelijk een bonussysteem. Inspecteurs worden beloond op basis van het bedrag dat in een naheffing wordt vastgesteld. De vraag of de aanslag later juridisch standhoudt speelt geen rol. Wordt die naheffing later door een rechter vernietigd — wat volgens de eigen statistieken van de belastingdienst in de meeste gevallen gebeurt — dan hoeft de bonus niet te worden terugbetaald.

Dit systeem lokt natuurlijk misbruik uit. Elk weerwoord van een belastingplichtige wordt omgedraaid en tegengeworpen. We kennen zelfs zaken waarin het hebben van een andere mening als ‘obstructie’ wordt aangemerkt, gevolgd door een aanvullende boete.

Als de administratie van de belastingplichtige volledig op orde is en er geen concrete onregelmatigheden worden gevonden, kan een naheffing alsnog worden gebaseerd op een vermoeden. Vervolgens wordt die begroot op een schatting. De redenering is dan dat het “niet aannemelijk” is dat een ondernemer volledig volgens de regels werkt, omdat dat in Spanje zelden zou voorkomen.

Kortom: doe je als ondernemer alles correct, dan maak je jezelf verdacht.

Eerst betalen, daarna procederen

Voor de belastingplichtige betekent dit vaak dat een lange en kostbare procedure de enige uitweg is.

Ik leg cliënten regelmatig uit dat de Spaanse belastingdienst in de praktijk vaak werkt volgens het principe: eerst schieten, daarna vragen stellen.

Een naheffing moet doorgaans direct worden betaald. Pas daarna kan de discussie worden gevoerd in een bezwaar- of beroepsprocedure.

Als je gelijk krijgt in die discussie, mag de Belastingdienst de door haar gemaakte fouten herstellen en opnieuw dezelfde naheffing opleggen. Dan begint het jarenlange juridische circus van voren af aan.

Dat leidt tot grote frustratie bij belastingplichtigen en tot stevige kritiek vanuit verschillende beroepsgroepen, waaronder rechters, belastingadviseurs, advocaten en academici.

Procederen in Spanje is niet populair

Spanjaarden hebben — terecht overigens, maar dat is stof voor een ander artikel — weinig fiducie in de rechtspraak.

In de praktijk betalen ondernemers dus liever de naheffing en boetes in plaats van het gevecht aan te gaan. Dat heeft een pervers effect. Ambtenaren die vooral naar hun bonus kijken, zien hun werkwijze bevestigd en beloond.

Op die manier wordt het systeem gestimuleerd en houdt het zichzelf in stand.

Niet elke belastingambtenaar volgt deze systematiek

Het is belangrijk om te benadrukken dat niet elke belastinginspecteur achter deze praktijk staat. Binnen de Spaanse belastingdienst bestaan verschillende meningen over deze praktijk. Er zijn belastingambtenaren — helaas een minderheid — die het systeem fundamenteel onrechtvaardig vinden. Het probleem van die groep is dat intern verzet niet zonder risico is. Kritiek op het systeem kan worden gezien als gebrek aan loyaliteit. De critici komen aan het ‘brood’ van hun collega’s en dat wordt niet geaccepteerd.

Ik ken een geval waarin verschillende kritische belastingambtenaren een verzoek tot overplaatsing naar een andere regio in Spanje deden. Dit was een direct gevolg van de verbale agressie van collega’s en de onhoudbare werksituatie.

Mijn cliënt zegt: “Toch blijft het onbegrijpelijk dat het in zo’n belangrijk en groot land binnen de EU überhaupt nog kan op die manier.” Dat klopt. Het probleem is dat er tegenwoordig maar weinig mensen bereid zijn dit soort structurele misstanden te bestrijden in het algemeen belang. De samenleving is individualistischer geworden. Veel mensen richten zich op hun eigen leven en zijn beperkt door hun eigen bereik op sociale media. Andere problemen blijven buiten beeld. Totdat ze er zelf mee worden geconfronteerd, natuurlijk.

Gelukkig is Lex Foris er dan om het gevecht met de Hacienda aan te gaan.

Roeland van Passel